Bijgewerkt: 17/02/2012.
Het nationaal akkoord 2011-2012 is van toepassing op alle werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de bedrijven die tot het Paritair Comité voor de Garagebedrijven (Paritair Comité 112) behoren. Wenst u meer informatie, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw afgevaardigde of met een van de kantoren van het MWB-ABVV.
De minimumuurlonen en de effectieve uurlonen worden op 1 februari van elk jaar aan de index aangepast.
Op 1 februari 2011 bedroeg de indexering 2,60%.
Op 1 februari 2012 zullen de lonen als volgt evolueren:
Op 1 februari 2011 waren de volgende minimumlonen van kracht:
|
Beroepscategorieën |
Spanning |
38.00 u/week |
40.00 u/week* |
|---|---|---|---|
|
A.1. |
- |
11,21 € |
10,76 € |
|
A.1.1. (≥ 10 jaar) |
100 |
11,72 € |
11,21 € |
|
A.1.2. ( ≥ 20 jaar) |
105 |
12,31 € |
11,77 € |
|
A.2. |
100 |
11,72 € |
11,21 € |
|
A.2.1. ( ≥ 10 jaar) |
105 |
12,31 € |
11,77 € |
|
A.2.2. ( ≥ 20 jaar) |
110 |
12,89 € |
12,33 € |
|
B.1. |
110 |
12,89 € |
12,33 € |
|
B.2. |
116 |
13,60 € |
13,00 € |
|
C.1. |
122 |
14,30 € |
13,68 € |
|
C.2. |
128 |
15,00 € |
14,35 € |
|
D.1. |
134 |
15,70 € |
15,02 € |
|
D.2. |
140 |
16,41 € |
15,69 € |
(*) alleen mogelijk als er compensatiedagen worden toegekend (CAO 23/2/87 )
In uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 verdwijnt de leeftijdsdiscriminatie voor jongeren. Arbeiders jonger dan 18 jaar hebben eveneens recht op 100% loon.
Vanaf 1 januari 2011 worden de ecocheques elk jaar uitbetaald in twee semesterschijven, elk met een waarde van € 125,00. De betalingen vinden plaats:
Een alternatieve bestemming van de ecocheques is mogelijk op bedrijfsniveau, voor zover het bedrag van 2 X € 125,00 gegarandeerd is en op voorwaarde dat er vóór 1 oktober 2011 een akkoord (CAO) is. Bedrijven die vóór 30 juni 2011 een akkoord hebben gesloten, kunnen dit eveneens toewijzen aan de 1e schijf van 2011.
In de volgende gevallen wordt er een proratabedrag betaald:
(in dat geval moet de betaling uiterlijk gebeuren wanneer zij het bedrijf verlaten);
Worden gelijkgesteld met werkdagen, alle dagen opgenomen in artikel 6 van collectieve arbeidsovereenkomst 98, maar ook de dagen van tijdelijke werkloosheid en 30 dagen ziekte of (arbeids)ongeval, naast de dagen die gedekt zijn door het maandelijks gegarandeerd loon.
Interimarbeiders ontvangen eveneens ecocheques ten laste van het interimbureau dat hen tewerkstelt. Het bedrag van € 125,00 wordt aangepast aan het aantal werkdagen, overeenkomstig het prorataprincipe dat voor de aankomende en vertrekkende arbeiders wordt toegepast.
Sinds 1 januari 2003 geldt voor de hele sector een systeem van extralegaal pensioen. Alle arbeiders van de sector - ongeacht of ze een vast of tijdelijk contract hebben - komen in aanmerking voor dit pensioen.
Om dit sectoraal pensioenstelsel te financieren storten de werkgevers - sinds 1 januari 2002 - een bedrag dat overeenstemt met 1% van de brutolonen van hun arbeiders. Bedrijven die reeds vóór 31 december 2000 een analoog systeem voor hun arbeiders in gebruik hadden, krijgen de mogelijkheid om dit systeem te behouden en te verbeteren. Zij moeten hiervoor nochtans het bewijs leveren dat zij ook minstens 1% aan dit systeem bijdragen, bovenop wat al bestond.
Vanaf 1 januari 2012 wordt deze bijdrage verhoogd van 1,4% tot 1,6 % van het brutoloon van de arbeiders.
Vanaf 1januari 2012 zijn de volgende opzegtermijnen van kracht, ongeacht de datum waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is begonnen.
| Vanaf 01 / 01 /2012 | Opzeg betekend door | |
|---|---|---|
| de werkgever | de werknemer | |
| Algemeen stelsel | ||
| Minder dan 5 jaar anciënniteit | 40 dagen | 14 dagen |
| Van 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit | 48 dagen | 14 dagen |
| Van 10 tot minder dan 15 jaar anciënniteit | 77 dagen | 21 dagen |
| Van 15 tot minder dan 20 jaar anciënniteit | 112 dagen | 21 dagen |
| Van 20 tot minder dan 25 jaar anciënniteit | 147 dagen | 28 dagen |
| 25 jaar en meer | 154 dagen | 28 dagen |
| Bij brugpensioen | ||
| Minder dan 20 jaar anciënniteit | 28 dagen | |
| 20 jaar anciënniteit en meer | 56 dagen | |
| Bij vertrek op rustpensioen | ||
| Minder dan 20 jaar anciënniteit | 14 dagen | |
| 20 jaar anciënniteit en meer | 28 dagen | |
Op voorwaarde dat de arbeider op 30 november van de referentieperiode minstens 3 maanden werkt in het bedrijf, is de eindejaarspremie verschuldigd en wordt ze met de volgende formule berekend:
Voorbeeld:
Er bestaan verscheidene bepalingen die het recht op een prorata-premie en de gelijkschakeling van bepaalde periodes (zoals tijdelijke werkloosheid, ziekte, …) regelen. Neem voor meer informatie contact op met uw afgevaardigde of met de MWB-ABVV-federatie van uw regio.
Noteer bijvoorbeeld dat arbeiders die 5 jaar of meer anciënniteit in het bedrijf hebben op het ogenblik waarop zij hun vrijwillig vertrek aankondigen, recht hebben op een prorata van de premie. Deze voorwaarde bedraagt vanaf 1 december 2011, dus voor de berekening van de eindejaarspremie 2012, niet 5 jaar, maar slechts 3 jaar anciënniteit.
De bepalingen betreffende de gelijkschakeling blijven ongewijzigd, met uitzondering van de periode van arbeidsongeschiktheid. Vanaf 1 december 2011, dus voor de berekening van de eindejaarspremie 2012, wordt deze gedekt ten belope van 90 kalenderdagen.
Ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid worden alle carenzdagen tot en met 30 juni 2013 betaald.
Om het aantal dagen van “klein verlet” in de onderstaande gevallen te bepalen, wordt de persoon die met de arbeider samenwoont en deel uitmaakt van zijn gezin gelijkgeschakeld met de echtgenoot of echtgenote.
Huwelijk
Geboorte:
(*) De eerste drie dagen worden normaal vergoed door de werkgever en zij mogen ook als halve dagen worden opgenomen. De volgende zeven dagen worden gedekt door de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
Overlijden:
Allerlei:
(1) Het geadopteerde of natuurlijk kind wordt gelijkgesteld met het wettige of gewettigde kind.
(2)De schoonbroer, schoonzuster, grootvader en overgrootvader, de grootmoeder en overgrootmoeder van de echtgenoot/echtgenote van de arbeider worden gelijkgesteld met de schoonbroer, schoonzuster, grootvader, overgrootvader, grootmoeder en overgrootmoeder van de arbeider.
Adoptie(*):
De arbeider die, in het kader van een adoptie, een kind in zijn gezin verwelkomt, heeft recht op adoptieverlof om zorg te dragen voor het kind. De duur van het adoptieverlof hangt af van de leeftijd van het geadopteerde kind; een ononderbroken periode van maximaal 6 weken wanneer het kind de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt bij het begin van het adoptieverlof en van maximaal 4 weken voor kinderen van 3 tot 8 jaar.
Tijdens de eerste drie dagen van het adoptieverlof behoudt de werknemer zijn normale loon ten laste van de werkgever. Na deze drie dagen ontvangt de arbeider een vergoeding in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
(*) Zie voor meer info de rubriek “Klein verlet” in uw MWB-ABVV-agenda.
Het bestaande recht op permanente vorming in de garagesector wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,55% van het brutoloon van de arbeiders. Dit recht moet tijdens de werkuren worden uitgeoefend. Het sluit aan bij de verbintenis die de sector is aangegaan om de participatiegraad van de arbeiders elk jaar met 5% te verhogen.
Elk bedrijf beschikt hiervoor over een vormingskrediet van 4 uur per kwartaal en per arbeider. Alleen opleidingen die door de paritaire vormingsinstelling Educam werden gecertificeerd, komen in aanmerking. Het vormingskrediet moet over alle categorieën arbeiders worden gespreid.
De georganiseerde opleidingen moeten deel uitmaken van het bedrijfsopleidingsplan dat moet worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van het bedrijf, of als dit er niet is, door de vakbondsafvaardiging.
Voor erkende opleidingen waar een bekwaamheidstest bijhoort, wordt in een remediëringsrecht voorzien. De deelnemer/deelneemster die niet slaagt, heeft recht op een nieuwe kans en geniet eventueel steun en een aanvullende opleiding bij Educam.
Vanaf 1 januari 2012 dient elke arbeider per periode van 2 jaar verplicht gedurende 1 dag deelnemen aan een opleiding. Deze wordt op bedrijfsniveau bepaald in overleg met de werknemer. Ze maakt deel uit van het bedrijfsopleidingsplan en kan in samenwerking met Educam worden bepaald. Dit systeem ligt momenteel vast voor een periode van 2 jaar.
Ook vanaf 2012 wordt binnen Educam een databank opgericht om elke gevolgde opleiding te registreren. In het belang van de permanente vorming en de beroepservaring wordt de informatie uit het opleidings-cv in deze database opgenomen.
Educam zal bovendien in de sector een reeks initiatieven voor zogeheten risicogroepen nemen. Er zal een kwalitatief alternerend opleidingssysteem worden uitgewerkt voor gedeeltelijk schoolplichtige leerlingen in het kader van de voortzetting van de samenwerking op het niveau van het leercontract van de middenstand.
Dit systeem steunt op de CAO nr. 77 van de NAR die werd gewijzigd door het Generatiepact. Er staan verscheidene bepalingen in die eigen zijn aan de sector:
Op bedrijfsniveau kan de bovenvermelde periode van twee jaar worden verlengd tot maximaal 5 jaar en/of kan de 5% worden opgetrokken.
Bij de overgang van een deeltijds tijdskrediet of van een vermindering van de arbeidsprestaties (4/5 of halftijds) op een voltijds brugpensioen, wordt de aanvullende vergoeding berekend op basis van de vroegere voltijdse situatie (arbeidsstelsel en loon vóór de vermindering van de arbeidsprestaties).
Hier komt nog de wettelijke bepaling bij betreffende de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, palliatieve zorgen en medische bijstand aan een ernstig ziek familielid. Dit valt buiten het nieuwe bovenstaande stelsel.
Vanaf 1 januari 2008 hebben arbeiders recht op 1 vakantiedag na 20 jaar anciënniteit in het bedrijf. Regelingen die in een bedrijf gunstiger zijn, blijven behouden.
Vanaf 1 januari 2012 wordt een stelsel van loopbaanverlof voor arbeiders ingevoerd naast de toekenning van anciënniteitsverlof. Het voorziet in de toekenning van 2 extra vakantiedagen per jaar vanaf het jaar waarin de arbeider de leeftijd van 58 jaar bereikt.
Een afwijking hierop is mogelijk in bedrijven die reeds hetzelfde aantal of een hoger aantal extralegale vakantiedagen toekennen, op voorwaarde dat er een voordeel van dezelfde waarde wordt toegekend.
Het brugpensioen in de sector wordt van 1 januari 2012 tot 31 december 2013 verlengd onder dezelfde voorwaarden en mits naleving van de wettelijke mogelijkheden.
Drie speciale stelsels werden eveneens verlengd voor de duur van dit akkoord (tot 31/12/2012):
Inzake brugpensioen wordt de volgende procedure aanbevolen: uiterlijk twee maanden vóór de betrokken arbeider de brugpensioenleeftijd bereikt, nodigt de werkgever deze arbeider uit op een gesprek tijdens de arbeidsuren en op de zetel van het bedrijf. Tijdens dit gesprek kan de arbeider zich laten bijstaan door zijn vakbondsafgevaardigde. Bij deze gelegenheid worden bindende afspraken gemaakt over de timing van het brugpensioen en de opleiding van de vervanger van de bruggepensioneerde.
Het stelsel dat voor onbepaalde duur van toepassing was, werd gewijzigd op 1 juli 2011. Dit systeem bepaalt voortaan dat een werknemer tot geen enkele afdanking mag overgaan als hij niet eerst de volgende procedure voor sectoraal overleg heeft toegepast:
Wordt beschouwd als meervoudig ontslag, het ontslag van:
telkens in een periode van 60 kalenderdagen.
Men dient als bedrijf te beschouwen, het geheel van de arbeiders die in hetzelfde bedrijf tot hetzelfde Paritair Comité behoren.
Ten slotte werd er tijdens de voorgaande akkoorden binnen het vormingsinstituut Educam een sectorale tewerkstellingscel opgericht om de werkzekerheidsclausule te verbeteren. Deze cel concentreert zich actief op de volledig werklozen uit het Fonds voor de Bestaanszekerheid en op arbeiders die door herstructureringen worden getroffen. Het doel bestaat erin om te zorgen voor begeleiding naar een nieuwe baan voor arbeiders die met ontslag bedreigd worden en voor ontslagen arbeiders (eventueel via aanvullende opleidingen en tijdens het sollicitatietraject) om het behoud van de werkgelegenheid in de sector te garanderen.
Wanneer een arbeider wordt aangeworven met een contract van onbepaalde duur na een of verscheidene contracten van bepaalde duur en/of voor een bepaald werk en/of uitzendcontracten, wordt rekening gehouden met de geaccumuleerde anciënniteit van deze tijdelijke contracten.
Er wordt een uitzondering gemaakt voor de berekening van de eindejaarspremie in het kader van de erkenning van deze anciënniteit voor interimarbeiders.
Wanneer een arbeider wordt aangeworven met een contract van onbepaalde duur na één of verscheidene contracten van bepaalde duur, contracten voor een bepaald werk en/of uitzendcontracten, mag er geen proefperiode worden opgelegd.
Uitzendcontracten ten gevolge van een tijdelijke verhoging van het werkvolume worden na een periode van zes maanden omgezet in contracten van onbepaalde duur. Deze periode van zes maanden kan worden verlengd, indien er een dubbel akkoord in het bedrijf wordt gesloten: met de betrokken werknemersorganisaties en binnen het Paritair Comité van de garagebedrijven.
Vanaf 1 juli 2011 is het gebruik van dagcontracten nog slechts toegelaten bij absolute noodzaak en indien men vanaf het begin weet dat het zal gaan om een opdracht met een duur van minder dan 5 opeenvolgende werkdagen.
Bij herstructurering of de mogelijkheid om de arbeidsorganisatie te versoepelen kunnen de bedrijven de werkgelegenheid bevorderen door middel van een CAO, door onder andere een collectieve arbeidstijdvermindering in te voeren. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van de bestaande wettelijke en decretale aanmoedigingspremies en loonsverhogingen omzetten.
De onderstaande flexibiliteitsmaatregelen worden verlengd voor de periode van 1 juli 2011 tot en met 30 juni 2013.
Voor de 65 eerste overuren per kalenderjaar (in het kader van een uitzonderlijke toename van het werk) heeft de arbeider de (bij wet voorziene) keuze tussen recuperatie en uitbetaling.
De mogelijkheid om (binnen het wettelijk kader) de 2e schijf van 65 overuren (dus van het 66e tot het 130e uur) in te voeren, kan alleen door een collectieve arbeidsovereenkomst op bedrijfsniveau. Deze CAO moet vermelden of deze bijkomende schijf zal worden gerecupereerd of uitbetaald. Er moeten ook schikkingen worden getroffen over de informatieplicht.
Wij herinneren er ook aan dat het verrichten van overuren krachtens de arbeidswetgeving afhankelijk is van de toestemming van de vakbondsafvaardiging.
Sinds 1 juli 2005 is in de sector een stelsel van minimumvergoedingen voor stand-by van kracht. Dit zijn de belangrijkste principes uit de CAO:
Bedrag van de vergoedingen op 1 februari 2011:
|
Vergoeding voor stand-by tijdens … |
|
|
|
weekdag |
€ 1,66 |
per uur |
|
weekenddag |
€ 2,22 |
per uur |
|
weeknacht |
€ 2,22 |
per uur |
|
weekendnacht |
€ 2,77 |
per uur |
|
Startvergoeding voor … |
|
|
|
1 oproep |
€ 27,71 |
per dag |
|
2 oproepen |
€ 44,34 |
per dag |
|
3 oproepen |
€ 55,42 |
per dag |
|
extra oproepen |
€ 5,54 |
per oproep |
Deze bedragen worden elk jaar op 1 februari geïndexeerd.
Van 1 juli 2011 tot 30 juni 2013 kan men afwijken van de artikels 4, 5, 7 en 8 van de CAO met betrekking tot de stand-by vergoedingen door middel van een CAO die wordt ondertekend door alle vakbondsorganisaties die in de onderneming vertegenwoordigd zijn of, indien dit niet mogelijk is, door de regionale secretarissen. Als de partijen geen CAO bereiken, kan de meest gerede partij een beroep doen op het verzoeningsbureau van het Paritair Comité.
Het indexeringsmechanisme van de aanvullende vergoedingen dat bij het vorige sectoraal akkoord was opgeschort, werd hersteld. Na indexering met 2,28% op 1 juli 2011 zijn dit de vergoedingen:
I. Tijdelijke werkloosheid
Voorwaarden:
II. Volledige werkloosheid
Voorwaarden:
III. Oude werklozen zonder recht op conventioneel brugpensioen
Voorwaarden:
IV. Brugpensioen
Vanaf:
V. Ziekte
Voorwaarden:
Na:
|
60 d. |
82,01 euro |
545 d. |
106,78 euro |
|
120 d. |
82,01 euro |
635 d. |
106,78 euro |
|
180 d. |
106,78 euro |
725 d. |
106,78 euro |
|
240 d. |
106,78 euro |
815 d. |
106,78 euro |
|
300 d. |
106,78 euro |
905 d. |
106,78 euro |
|
365 d. |
106,78 euro |
995 d. |
106,78 euro |
|
455 d. |
106,78 euro |
|
|
VI. Oude zieken
Voorwaarden:
VII. Beperking van de arbeidsprestaties tot een halftijdse baan
Voorwaarden:
VIII. Bedrijfssluiting
Voorwaarden:
Gebruik van het openbaar vervoer
Sinds 1 juli 2007 wordt het gebruik van het openbaar vervoer (trein-tram-bus) volledig terugbetaald door de werkgever. De arbeider moet zijn vervoerbewijs voorleggen of een verklaring op erewoord afleggen.
Verplaatsingen met een eigen voertuig of te voet
Deze patronale tussenkomst wordt jaarlijks op 1 februari aangepast. Wij verwijzen u naar de website van het MWB-ABVV voor toekomstige bijwerkingen.
Tabel van de patronale tussenkomst in het woon-werktraject voor verplaatsingen met een eigen voertuig (01/02/11)
|
Afstand in km |
Dagelijkse bijdrage |
Afstand in km |
Dagelijkse bijdrage |
|
|
(5 d./week) |
|
(5 d./week) |
|
1 |
0,88 |
43 - 45 |
4,52 |
|
2 |
0,98 |
46 - 48 |
4,8 |
|
3 |
1,08 |
49 - 51 |
5,02 |
|
4 |
1,16 |
52 - 54 |
5,18 |
|
5 |
1,26 |
55 - 57 |
5,38 |
|
6 |
1,34 |
58 - 60 |
5,6 |
|
7 |
1,4 |
61 - 65 |
5,8 |
|
8 |
1,49 |
66 - 70 |
6,1 |
|
9 |
1,57 |
71 - 75 |
6,3 |
|
10 |
1,65 |
76 - 80 |
6,71 |
|
11 |
1,75 |
81 - 85 |
6,91 |
|
12 |
1,83 |
86 - 90 |
7,22 |
|
13 |
1,91 |
91 - 95 |
7,53 |
|
14 |
1,99 |
96 - 100 |
7,73 |
|
15 |
2,07 |
101 - 105 |
8,03 |
|
16 |
2,17 |
106 - 110 |
8,33 |
|
17 |
2,25 |
111 - 115 |
8,65 |
|
18 |
2,34 |
116 - 120 |
8,95 |
|
19 |
2,44 |
121 - 125 |
9,15 |
|
20 |
2,53 |
126 - 130 |
9,46 |
|
21 |
2,61 |
131 - 135 |
9,76 |
|
22 |
2,69 |
136 - 140 |
9,96 |
|
23 |
2,79 |
141 - 145 |
10,38 |
|
24 |
2,87 |
146 - 150 |
10,78 |
|
25 |
2,93 |
151 - 155 |
10,78 |
|
26 |
3,05 |
156 - 160 |
11,18 |
|
27 |
3,11 |
161 - 165 |
11,39 |
|
28 |
3,17 |
166 - 170 |
11,6 |
|
29 |
3,29 |
171 - 175 |
12 |
|
30 |
3,35 |
176 - 180 |
12,2 |
|
31 - 33 |
3,5 |
181 - 185 |
12,61 |
|
34 - 36 |
3,78 |
186 - 190 |
12,81 |
|
37 - 39 |
4,01 |
191 - 195 |
13,01 |
|
40 - 42 |
4,27 |
196 -200 |
13,43 |
Ook nog even eraan herinneren dat wanneer de arbeider zich verplaatst naar het werk met het eigen vervoermiddel en er wegwerkzaamheden plaatsvinden op het traject naar het werk, dan dient de werkgever deze extra verplaatsing te vergoeden, mits voldaan is aan volgende criteria:
Vakbondspremie
De vakbondspremie bedraagt € 110 voor actieve leden.
Installatie en werking van de vakbondsafvaardiging
Als er in het bedrijf een geschil is over de installatie en werking van de vakbondsafvaardiging, kunnen ofwel de werkgever, ofwel de arbeidersvertegenwoordigers een beroep doen op de paritaire commissie “overleg”, samengesteld uit technici van de sociale partners.
Deze commissie onderzoekt het probleem ter plaatse en formuleert een voorstel om beide partijen zo snel mogelijk tot een oplossing te brengen.
Statuut van de vakbondsafvaardiging
Tijdens dit nieuwe nationaal akkoord zullen de werkgeversorganisaties de werkgevers informeren over de mogelijke aanpassing van de procedure inzake de aanstelling van een vakbondsafvaardiging in bedrijven van minstens 50 werknemers. De CAO over het statuut van de vakbondsafvaardiging van 21 juni 2007 wordt aangepast aan de competenties van de vakbondsafgevaardigden, overeenkomstig de Europese richtlijn, en dit voor onbepaalde tijd.
Sectorale stuurgroep
Oprichting van een sectorale stuurgroep die de volgende thema’s zal behandelen:
Gemengd Paritair Comité
De sociale partners gaan de verbintenis aan om tijdens de duur van het akkoord 2011-2012 de stappen te zetten die nodig zijn om een Gemengd Paritair Comité op te richten.