Garages

Bijgewerkt: 06/05/2015.

Samenvatting van het akkoord voor de GARAGES (PC 112)

Het nationaal akkoord 2011-2012 is van toepassing op alle werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de bedrijven die tot het Paritair Comité voor de Garagebedrijven (Paritair Comité 112) behoren. Wenst u meer informatie, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw afgevaardigde of met een van de kantoren van het MWB-ABVV.

Loonvoorwaarden

Verhoging en indexering

De minimumuurlonen en de effectieve uurlonen worden op 1 februari van elk jaar aan de index aangepast.

Op 1 februari 2011 bedroeg de indexering 2,60%.

Op 1 februari 2012 zullen de lonen als volgt evolueren:

  • eerst een verhoging met 0,3% (zoals bepaald in het sectoraal akkoord 2011-2012);
  • vervolgens een indexaanpassing (te berekenen op basis van de indices van januari 2011 & januari 2012). 

Op 1 februari 2011 waren de volgende minimumlonen van kracht:

Beroepscategorieën

Spanning

38.00 u/week

40.00 u/week*

A.1.

-

11,21 €

10,76 €

A.1.1. (≥ 10 jaar)

100

11,72 €

11,21 €

A.1.2. ( ≥ 20 jaar)

105

12,31 €

11,77 €

A.2.

100

11,72 €

11,21 €

A.2.1. ( ≥ 10 jaar)

105

12,31 €

11,77 €

A.2.2. ( ≥ 20 jaar)

110

12,89 €

12,33 €

B.1.

110

12,89 €

12,33 €

B.2.

116

13,60 €

13,00 €

C.1.

122

14,30 €

13,68 €

C.2.

128

15,00 €

14,35 €

D.1.

134

15,70 €

15,02 €

D.2.

140

16,41 €

15,69 €

(*) alleen mogelijk als er compensatiedagen worden toegekend (CAO 23/2/87 ) 

Jongerenloon

In uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2007-2008 verdwijnt de leeftijdsdiscriminatie voor jongeren. Arbeiders jonger dan 18 jaar hebben eveneens recht op 100% loon.

Sectoraal systeem van ecocheques

Vanaf 1 januari 2011 worden de ecocheques elk jaar uitbetaald in twee semesterschijven, elk met een waarde van € 125,00. De betalingen vinden plaats:

  • uiterlijk op 15 juni voor de referentieperiode van 1 december van het voorgaande jaar tot 31 mei van het lopende jaar;
  • uiterlijk op 15 december voor de referentieperiode van 1 juni tot 30 november van het lopende jaar.

Een alternatieve bestemming van de ecocheques is mogelijk op bedrijfsniveau, voor zover het bedrag van 2 X € 125,00 gegarandeerd is en op voorwaarde dat er vóór 1 oktober 2011 een akkoord (CAO) is. Bedrijven die vóór 30 juni 2011 een akkoord hebben gesloten, kunnen dit eveneens toewijzen aan de 1e schijf van 2011.

In de volgende gevallen wordt er een proratabedrag betaald:

  • Arbeiders die tijdens het betrokken semester in dienst werden genomen of het bedrijf hebben verlaten

(in dat geval moet de betaling uiterlijk gebeuren wanneer zij het bedrijf verlaten);

  • Deeltijdse arbeiders hebben recht op een prorata afhankelijk van de tewerkstellingsfractie.

Worden gelijkgesteld met werkdagen, alle dagen opgenomen in artikel 6 van collectieve arbeidsovereenkomst 98, maar ook de dagen van tijdelijke werkloosheid en 30 dagen ziekte of (arbeids)ongeval, naast de dagen die gedekt zijn door het maandelijks gegarandeerd loon.

Interimarbeiders ontvangen eveneens ecocheques ten laste van het interimbureau dat hen tewerkstelt. Het bedrag van € 125,00 wordt aangepast aan het aantal werkdagen, overeenkomstig het prorataprincipe dat voor de aankomende en vertrekkende arbeiders wordt toegepast.

Extralegaal pensioen

Sinds 1 januari 2003 geldt voor de hele sector een systeem van extralegaal pensioen. Alle arbeiders van de sector - ongeacht of ze een vast of tijdelijk contract hebben - komen in aanmerking voor dit pensioen.

Om dit sectoraal pensioenstelsel te financieren storten de werkgevers - sinds 1 januari 2002 - een bedrag dat overeenstemt met 1% van de brutolonen van hun arbeiders. Bedrijven die reeds vóór 31 december 2000 een analoog systeem voor hun arbeiders in gebruik hadden, krijgen de mogelijkheid om dit systeem te behouden en te verbeteren. Zij moeten hiervoor nochtans het bewijs leveren dat zij ook minstens 1% aan dit systeem bijdragen, bovenop wat al bestond.

Vanaf 1 januari 2012 wordt deze bijdrage verhoogd van 1,4% tot 1,6 % van het brutoloon van de arbeiders.

Opzegtermijnen

Vanaf 1januari 2012 zijn de volgende opzegtermijnen van kracht, ongeacht de datum waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is begonnen.

Vanaf 01 / 01 /2012 Opzeg betekend door
  de werkgever de werknemer 
Algemeen stelsel    
Minder dan 5 jaar anciënniteit 40 dagen 14 dagen
Van 5 tot minder dan 10 jaar anciënniteit 48 dagen 14 dagen
Van 10 tot minder dan 15 jaar anciënniteit 77 dagen 21 dagen
Van 15 tot minder dan 20 jaar anciënniteit 112 dagen 21 dagen
Van 20 tot minder dan 25 jaar anciënniteit 147 dagen 28 dagen
25 jaar en meer 154 dagen 28 dagen
Bij brugpensioen    
Minder dan 20 jaar anciënniteit 28 dagen  
20 jaar anciënniteit en meer 56 dagen  
Bij vertrek op rustpensioen    
Minder dan 20 jaar anciënniteit   14 dagen
20 jaar anciënniteit en meer   28 dagen

Eindejaarspremie

Op voorwaarde dat de arbeider op 30 november van de referentieperiode minstens 3 maanden werkt in het bedrijf, is de eindejaarspremie verschuldigd en wordt ze met de volgende formule berekend:

  • Brutobedrag: uurloon op 1 december X wekelijkse arbeidsduur x 52/12;
  • Referentieperiode: van 1december van het voorgaande jaar tot 30 november van het lopende jaar.

Voorbeeld: 

  • Loon op 1 december: € 14,30 in het stelsel 38u00/week;
  • Arbeider werkte 6 maanden (26 weken) tijdens de referentieperiode.
  • € 14,30 X 38u00 X 26 weken/12 maanden = € 1.117,37 bruto aan eindejaarspremie 

Er bestaan verscheidene bepalingen die het recht op een prorata-premie en de gelijkschakeling van bepaalde periodes (zoals tijdelijke werkloosheid, ziekte, …) regelen. Neem voor meer informatie contact op met uw afgevaardigde of met de MWB-ABVV-federatie van uw regio.

Noteer bijvoorbeeld dat arbeiders die 5 jaar of meer anciënniteit in het bedrijf hebben op het ogenblik waarop zij hun vrijwillig vertrek aankondigen, recht hebben op een prorata van de premie. Deze voorwaarde bedraagt vanaf 1 december 2011, dus voor de berekening van de eindejaarspremie 2012, niet 5 jaar, maar slechts 3 jaar anciënniteit.

De bepalingen betreffende de gelijkschakeling blijven ongewijzigd, met uitzondering van de periode van arbeidsongeschiktheid. Vanaf 1 december 2011, dus voor de berekening van de eindejaarspremie 2012, wordt deze gedekt ten belope van 90 kalenderdagen.

Carenzdag

Ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid worden alle carenzdagen tot en met 30 juni 2013 betaald. 

Klein verlet

Om het aantal dagen van “klein verlet” in de onderstaande gevallen te bepalen, wordt de persoon die met de arbeider samenwoont en deel uitmaakt van zijn gezin gelijkgeschakeld met de echtgenoot of echtgenote.

Huwelijk

  • 3 dagen, door de betrokkene te kiezen, bij het huwelijk van de arbeider en de officiële indiening van een samenlevingscontract;
  • 1 dag, de dag van het huwelijk, voor het huwelijk van een kind van de arbeider of zijn echtgenote, een kind dat door de arbeider regelmatig wordt opgevoed, een zuster of broer, een schoonbroer of schoonzuster, een vader of moeder, een grootvader of grootmoeder, een schoonvader of schoonmoeder, de tweede echtgenoot van de moeder, de tweede echtgenote van de vader, een kleinkind van de arbeider, de schoonbroer of schoonzuster van de echtgenoot/echtgenote van de arbeider en elk ander familielid van de arbeider, op uitdrukkelijke voorwaarde dat het onder hetzelfde dak als de arbeider woont.(1)

Geboorte:

  • 10 dagen(*) te kiezen binnen 4 maanden te rekenen van de dag van de bevalling, voor de geboorte van een kind waarvan de afstamming van de arbeider vaststaat;
  • 10 dagen(*) te kiezen binnen 4 maanden te rekenen vanaf de bevalling, voor de geboorte van een kind waarvan de afstamming van de arbeider niet vaststaat, maar waarbij de arbeider op het ogenblik van de geboorte:
  • gehuwd is met de persoon ten opzichte van wie de afstamming vaststaat;
  • wettelijk samenwoont met de persoon ten opzichte van wie de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, op voorwaarde dat zij niet verbonden zijn door een verwantschap die een huwelijksverbod tot gevolg heeft waarvoor door de Koning geen vrijstelling kan worden verleend;
  • sinds een ononderbroken periode van drie jaar vóór de geboorte permanent en affectief samenleeft met de persoon ten opzichte van wie de afstamming vaststaat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, op voorwaarde dat zij niet verbonden zijn door een verwantschap die een huwelijksverbod tot gevolg heeft waarvoor door de Koning geen vrijstelling kan worden verleend. Het bewijs van samenwonen en van hoofdverblijfplaats wordt geleverd door middel van een afschrift uit het bevolkingsregister.

 (*) De eerste drie dagen worden normaal vergoed door de werkgever en zij mogen ook als halve dagen worden opgenomen. De volgende zeven dagen worden gedekt door de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. 

Overlijden:

  • 4 dagen, door de arbeider te kiezen in de periode die begint op de dag vóór de dag van het overlijden en die eindigt op de dag na de begrafenis bij het overlijden van de echtgenoot/echtgenote, een kind van de arbeider of zijn echtgenoot/echtgenote en door de arbeider opgevoed kind, de vader, de moeder, de schoonvader, de tweede echtgenoot van de moeder, de schoonmoeder of de tweede echtgenote van de vader van de arbeider; (1)
  • 2 dagen, door de arbeider te kiezen in de periode die begint op de dag van het overlijden en die eindigt op de dag van de begrafenis bij het overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, grootvader, overgrootvader, grootmoeder, overgrootmoeder, kleinkind, achterkleinkind, schoonzoon of schoondochter die inwonen bij de arbeider; (2)
  • de dag van de begrafenis bij het overlijden van:
  • een broer, een zuster, een schoonbroer, een schoonzuster, de grootvader, de overgrootvader, de grootmoeder, de overgrootmoeder, een kleinkind, een achterkleinkind, een schoonzoon of een schoondochter die niet inwonen bij de arbeider; (2)
  • een andere verwant die onder hetzelfde dak als de arbeider of de voogd van de minderjarige arbeider woont of van het minderjarige kind waarvan de arbeider voogd is.

Allerlei:

  • 1 dag, door de arbeider te kiezen, voor deelname aan het “Feest van de vrijzinnige jeugd”, daar waar dit wordt georganiseerd, voor een wettig, gewettigd, geadopteerd of natuurlijk erkend kind van de arbeider of van zijn echtgenoot/echtgenote, of voor een regelmatig door de arbeider opgevoegd kind;
  • 1 dag, door de arbeider te kiezen, voor de plechtige communie van een wettig, gewettigd, geadopteerd of natuurlijk erkend kind van de arbeider of van zijn echtgenoot/echtgenote, of voor een regelmatig door de arbeider opgevoegd kind;
  • de tijd die nodig is, met een maximum van:
  • 3 dagen voor het verblijf van een arbeider-milicien in een rekruterings- en selectiecentrum of in een militair ziekenhuis ten gevolge van zijn verschijnen in een rekruterings- en selectiecentrum;
  • 1 dag voor deelname aan een officieel bijeengeroepen familieraad;
  • 5 dagen voor deelname aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning opgelegd door de arbeidswetgeving;
  • 5 dagen voor het uitoefenen van het ambt van bijzitter in een hoofdtelbureau bij wetgevende, provinciale en gemeenteverkiezingen;
  • 5 dagen voor het uitoefenen van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau bij verkiezingen voor het Europees parlement;
  • 3 dagen voor het verblijf van de arbeider-gewetensbezwaarde in de administratieve gezondheidsdienst of in een door de Koning aangeduid ziekenhuis, overeenkomstig de wetgeving op het statuut van de gewetensbezwaarden.
  • de tijd die nodig is voor het uitoefenen van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of als er maar één stembureau is, bij wetgevende, provinciale en gemeenteverkiezingen.
  • De dag van de plechtigheid bij de priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van de arbeider of zijn echtgenoot/echtgenote, een kind dat door de arbeider regelmatig wordt opgevoed, een kleinkind, een broer of zuster, een schoonbroer of schoonzuster van de arbeider, een schoonbroer of schoonzuster van de echtgenoot/echtgenote van de arbeider, of elke andere verwant van de arbeider, op uitdrukkelijke voorwaarde dat hij onder hetzelfde dak als de arbeider woont. (1)

(1) Het geadopteerde of natuurlijk kind wordt gelijkgesteld met het wettige of gewettigde kind.

(2)De schoonbroer, schoonzuster, grootvader en overgrootvader, de grootmoeder en overgrootmoeder van de echtgenoot/echtgenote van de arbeider worden gelijkgesteld met de schoonbroer, schoonzuster, grootvader, overgrootvader, grootmoeder en overgrootmoeder van de arbeider.

Adoptie(*):

De arbeider die, in het kader van een adoptie, een kind in zijn gezin verwelkomt, heeft recht op adoptieverlof om zorg te dragen voor het kind. De duur van het adoptieverlof hangt af van de leeftijd van het geadopteerde kind; een ononderbroken periode van maximaal 6 weken wanneer het kind de leeftijd van 3 jaar niet heeft bereikt bij het begin van het adoptieverlof en van maximaal 4 weken voor kinderen van 3 tot 8 jaar.

Tijdens de eerste drie dagen van het adoptieverlof behoudt de werknemer zijn normale loon ten laste van de werkgever. Na deze drie dagen ontvangt de arbeider een vergoeding in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

(*) Zie voor meer info de rubriek “Klein verlet” in uw MWB-ABVV-agenda.

Opleiding

Het bestaande recht op permanente vorming in de garagesector wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,55% van het brutoloon van de arbeiders. Dit recht moet tijdens de werkuren worden uitgeoefend. Het sluit aan bij de verbintenis die de sector is aangegaan om de participatiegraad van de arbeiders elk jaar met 5% te verhogen.

Elk bedrijf beschikt hiervoor over een vormingskrediet van 4 uur per kwartaal en per arbeider. Alleen opleidingen die door de paritaire vormingsinstelling Educam werden gecertificeerd, komen in aanmerking. Het vormingskrediet moet over alle categorieën arbeiders worden gespreid.

De georganiseerde opleidingen moeten deel uitmaken van het bedrijfsopleidingsplan dat moet worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van het bedrijf, of als dit er niet is, door de vakbondsafvaardiging.

Voor erkende opleidingen waar een bekwaamheidstest bijhoort, wordt in een remediëringsrecht voorzien. De deelnemer/deelneemster die niet slaagt, heeft recht op een nieuwe kans en geniet eventueel steun en een aanvullende opleiding bij Educam.

Vanaf 1 januari 2012 dient elke arbeider per periode van 2 jaar verplicht gedurende 1 dag deelnemen aan een opleiding. Deze wordt op bedrijfsniveau bepaald in overleg met de werknemer. Ze maakt deel uit van het bedrijfsopleidingsplan en kan in samenwerking met Educam worden bepaald. Dit systeem ligt momenteel vast voor een periode van 2 jaar.

Ook vanaf 2012 wordt binnen Educam een databank opgericht om elke gevolgde opleiding te registreren. In het belang van de permanente vorming en de beroepservaring wordt de informatie uit het opleidings-cv in deze database opgenomen.

Educam zal bovendien in de sector een reeks initiatieven voor zogeheten risicogroepen nemen. Er zal een kwalitatief alternerend opleidingssysteem worden uitgewerkt voor gedeeltelijk schoolplichtige leerlingen in het kader van de voortzetting van de samenwerking op het niveau van het leercontract van de middenstand.

Beroepsloopbaan

Sectoraal model van loopbaanplanning 

Dit systeem steunt op de CAO nr. 77 van de NAR die werd gewijzigd door het Generatiepact. Er staan verscheidene bepalingen in die eigen zijn aan de sector:

  • Het recht op tijdskrediet kan gedurende maximaal twee jaar over de hele beroepsloopbaan worden uitgeoefend.
  • In bedrijven met 10 werknemers of meer kan maximaal 5% van de arbeiders tegelijk dit recht op tijdskrediet en op loopbaanverkorting uitoefenen. Als meer dan 5% van de arbeiders tegelijk van dit recht wil genieten, dienen er binnen het bedrijf prioriteitsregels te worden opgesteld. Bij de berekening van deze drempel van 5% wordt geen rekening gehouden met arbeiders van 50 jaar en ouder.
  • Men bepaalt hoeveel personen hun recht op tijdskrediet of op loopbaanverkorting kunnen gebruiken op basis van het totaal aantal werknemers van het bedrijf. Los van de op deze manier berekende limiet kunnen de arbeiders van 50 jaar en ouder nog steeds hun recht op tijdskrediet of op loopbaanverkorting laten gelden.

Op bedrijfsniveau kan de bovenvermelde periode van twee jaar worden verlengd tot maximaal 5 jaar en/of kan de 5% worden opgetrokken.

Bij de overgang van een deeltijds tijdskrediet of van een vermindering van de arbeidsprestaties (4/5 of halftijds) op een voltijds brugpensioen, wordt de aanvullende vergoeding berekend op basis van de vroegere voltijdse situatie (arbeidsstelsel en loon vóór de vermindering van de arbeidsprestaties).

Hier komt nog de wettelijke bepaling bij betreffende de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, palliatieve zorgen en medische bijstand aan een ernstig ziek familielid. Dit valt buiten het nieuwe bovenstaande stelsel.

Anciënniteitsverlof

Vanaf 1 januari 2008 hebben arbeiders recht op 1 vakantiedag na 20 jaar anciënniteit in het bedrijf. Regelingen die in een bedrijf gunstiger zijn, blijven behouden. 

Loopbaanverlof

Vanaf 1 januari 2012 wordt een stelsel van loopbaanverlof voor arbeiders ingevoerd naast de toekenning van anciënniteitsverlof. Het voorziet in de toekenning van 2 extra vakantiedagen per jaar vanaf het jaar waarin de arbeider de leeftijd van 58 jaar bereikt.

Een afwijking hierop is mogelijk in bedrijven die reeds hetzelfde aantal of een hoger aantal extralegale vakantiedagen toekennen, op voorwaarde dat er een voordeel van dezelfde waarde wordt toegekend.

Brugpensioen

Het brugpensioen in de sector wordt van 1 januari 2012 tot 31 december 2013 verlengd onder dezelfde voorwaarden en mits naleving van de wettelijke mogelijkheden.

Drie speciale stelsels werden eveneens verlengd voor de duur van dit akkoord (tot 31/12/2012):

  • Het brugpensioen op 56 jaar voor een loopbaan van 33 jaar, waarvan 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties.
  • Het recht op halftijds brugpensioen vanaf 55 jaar.
  • Het recht op brugpensioen vanaf 56 jaar na een loopbaan van 40 jaar. 

Inzake brugpensioen wordt de volgende procedure aanbevolen: uiterlijk twee maanden vóór de betrokken arbeider de brugpensioenleeftijd bereikt, nodigt de werkgever deze arbeider uit op een gesprek tijdens de arbeidsuren en op de zetel van het bedrijf. Tijdens dit gesprek kan de arbeider zich laten bijstaan door zijn vakbondsafgevaardigde. Bij deze gelegenheid worden bindende afspraken gemaakt over de timing van het brugpensioen en de opleiding van de vervanger van de bruggepensioneerde.

Werkzekerheid

Het stelsel dat voor onbepaalde duur van toepassing was, werd gewijzigd op 1 juli 2011. Dit systeem bepaalt voortaan dat een werknemer tot geen enkele afdanking mag overgaan als hij niet eerst de volgende procedure voor sectoraal overleg heeft toegepast:

  • Mededeling aan de ondernemingsraad (OR), of bij gebrek hieraan, aan de vakbondsafvaardiging (VA) dat hij de bedoeling heeft om tot meervoudige afdankingen over te gaan;
  • Bij afwezigheid van een OR/VA dient de mededeling te gebeuren aan de Voorzitter van het Paritair Comité dat op zijn beurt de werkgevers- en vakbondsorganisaties op de hoogte zal brengen;
  • Binnen 15 dagen moet er overleg over alternatieve maatregelen plaatsvinden met de vakbondssecretarissen die de vakbondsafvaardiging, daar waar deze bestaat, zullen bijstaan;
  • Dit overleg moet gespreid worden over minstens 3 vergaderingen met telkens 1 week interval, tenzij de partijen uitdrukkelijk een andere regeling overeenkomen.

Wordt beschouwd als meervoudig ontslag, het ontslag van: 

  • minstens 2 arbeiders in een bedrijf van minder dan 16 arbeiders;
  • minstens 3 arbeiders in een bedrijf van 17 tot 33 arbeiders;
  • minstens 4 arbeiders in een bedrijf van 34 tot 44 arbeiders;
  • minstens 5 arbeiders in een bedrijf van 45 tot 55 arbeiders;
  • minstens 6 arbeiders in een bedrijf van 56 arbeiders en meer;

telkens in een periode van 60 kalenderdagen. 

Men dient als bedrijf te beschouwen, het geheel van de arbeiders die in hetzelfde bedrijf tot hetzelfde Paritair Comité behoren. 

Ten slotte werd er tijdens de voorgaande akkoorden binnen het vormingsinstituut Educam een sectorale tewerkstellingscel opgericht om de werkzekerheidsclausule te verbeteren. Deze cel concentreert zich actief op de volledig werklozen uit het Fonds voor de Bestaanszekerheid en op arbeiders die door herstructureringen worden getroffen. Het doel bestaat erin om te zorgen voor begeleiding naar een nieuwe baan voor arbeiders die met ontslag bedreigd worden en voor ontslagen arbeiders (eventueel via aanvullende opleidingen en tijdens het sollicitatietraject) om het behoud van de werkgelegenheid in de sector te garanderen.

Contracten van bepaalde duur / bepaald werk en uitzendcontracten

Wanneer een arbeider wordt aangeworven met een contract van onbepaalde duur na een of verscheidene contracten van bepaalde duur en/of voor een bepaald werk en/of uitzendcontracten, wordt rekening gehouden met de geaccumuleerde anciënniteit van deze tijdelijke contracten.

Er wordt een uitzondering gemaakt voor de berekening van de eindejaarspremie in het kader van de erkenning van deze anciënniteit voor interimarbeiders.

Wanneer een arbeider wordt aangeworven met een contract van onbepaalde duur na één of verscheidene contracten van bepaalde duur, contracten voor een bepaald werk en/of uitzendcontracten, mag er geen proefperiode worden opgelegd.

Uitzendcontracten ten gevolge van een tijdelijke verhoging van het werkvolume worden na een periode van zes maanden omgezet in contracten van onbepaalde duur. Deze periode van zes maanden kan worden verlengd, indien er een dubbel akkoord in het bedrijf wordt gesloten: met de betrokken werknemersorganisaties en binnen het Paritair Comité van de garagebedrijven.

Vanaf 1 juli 2011 is het gebruik van dagcontracten nog slechts toegelaten bij absolute noodzaak en indien men vanaf het begin weet dat het zal gaan om een opdracht met een duur van minder dan 5 opeenvolgende werkdagen.

Maatregel ter bevordering van de werkgelegenheid

Bij herstructurering of de mogelijkheid om de arbeidsorganisatie te versoepelen kunnen de bedrijven de werkgelegenheid bevorderen door middel van een CAO, door onder andere een collectieve arbeidstijdvermindering in te voeren. Hiervoor kunnen zij gebruik maken van de bestaande wettelijke en decretale aanmoedigingspremies en loonsverhogingen omzetten.

Flexibiliteit 

De onderstaande flexibiliteitsmaatregelen worden verlengd voor de periode van 1 juli 2011 tot en met 30 juni 2013.

Voor de 65 eerste overuren per kalenderjaar (in het kader van een uitzonderlijke toename van het werk) heeft de arbeider de (bij wet voorziene) keuze tussen recuperatie en uitbetaling.

De mogelijkheid om (binnen het wettelijk kader) de 2e schijf van 65 overuren (dus van het 66e tot het 130e uur) in te voeren, kan alleen door een collectieve arbeidsovereenkomst op bedrijfsniveau. Deze CAO moet vermelden of deze bijkomende schijf zal worden gerecupereerd of uitbetaald. Er moeten ook schikkingen worden getroffen over de informatieplicht.

Wij herinneren er ook aan dat het verrichten van overuren krachtens de arbeidswetgeving afhankelijk is van de toestemming van de vakbondsafvaardiging.

Stand-by

Sinds 1 juli 2005 is in de sector een stelsel van minimumvergoedingen voor stand-by van kracht. Dit zijn de belangrijkste principes uit de CAO:

  • 4 stand-by systemen (weekdag, weeknacht, weekenddag, weekendnacht), met voor elk een overeenstemmende vergoeding;
  • vergoeding per oproep tijdens de stand-by periode;
  • jaarlijkse indexering van de schadevergoeding;
  • uitbetaling van een loon wanneer de arbeider effectieve prestaties levert;
  • verrekening van de effectief gepresteerde tijd als arbeidstijd, zowel voor wat de duur als de berekening van het loon betreft;
  • gewaarborgd voluntariaat;
  • behoud van de huidige bedrijfssystemen die voordeliger zouden zijn;
  • elk kwartaal wordt de lijst van de arbeiders in stand-by aan de vakbondsafvaardiging of aan het personeel meegedeeld.

Bedrag van de vergoedingen op 1 februari 2011:

Vergoeding voor stand-by tijdens …

 

 

weekdag

€ 1,66

per uur

weekenddag

€ 2,22

per uur

weeknacht

€ 2,22

per uur

weekendnacht

€ 2,77

per uur

Startvergoeding voor …

 

 

1 oproep

€ 27,71

per dag

2 oproepen

€ 44,34

per dag

3 oproepen

€ 55,42

per dag

extra oproepen

€ 5,54

per oproep

Deze bedragen worden elk jaar op 1 februari geïndexeerd.

Van 1 juli 2011 tot 30 juni 2013 kan men afwijken van de artikels 4, 5, 7 en 8 van de CAO met betrekking tot de stand-by vergoedingen door middel van een CAO die wordt ondertekend door alle vakbondsorganisaties die in de onderneming vertegenwoordigd zijn of, indien dit niet mogelijk is, door de regionale secretarissen. Als de partijen geen CAO bereiken, kan de meest gerede partij een beroep doen op het verzoeningsbureau van het Paritair Comité.

Fonds voor Bestaanszekerheid

Het indexeringsmechanisme van de aanvullende vergoedingen dat bij het vorige sectoraal akkoord was opgeschort, werd hersteld. Na indexering met 2,28% op 1 juli 2011 zijn dit de vergoedingen:

I. Tijdelijke werkloosheid

Voorwaarden:

  • de wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten
  • in dienst zijn van een werkgever van de sector
  • € 10,23 per werkloosheidsuitkering
  • €   5,12 per halve werkloosheidsuitkering
  • voor onbeperkte duur
  • ook tijdens de vakanties van jongeren en senioren

II. Volledige werkloosheid

Voorwaarden:

  • de wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten
  • door een werkgever uit de sector zijn afgedankt
  • minstens 5 jaar anciënniteit in de metaalsector hebben
  • een wachtstage van 15 kalenderdagen hebben doorlopen
  • € 5,51 per volledige werkloosheidsuitkering
  • € 2, 76 per halve werkloosheidsuitkering 
  • max. 200 dagen indien minder dan 45 jaar bij het begin van de werkloosheid
  • max. 300 dagen indien meer dan 45 jaar bij het begin van de werkloosheid

III. Oude werklozen zonder recht op conventioneel brugpensioen

Voorwaarden:

  • wettelijke werkloosheidsuitkeringen ontvangen
  • ontslagen zijn door een werkgever uit de sector
  • minstens 20 jaar anciënniteit hebben, waarvan 5 jaar in de sector
  • + 55 jaar zijn
  • € 5,51 per volledige werkloosheidsuitkering
  • € 2,76 per halve werkloosheidsuitkering 
  • tot aan het wettelijk pensioen

IV. Brugpensioen

Vanaf:

  • - 55 jaar voor vrouwen (loopbaan van 38 jaar)
  • - 56 jaar voor mannen & vrouwen (loopbaan van 38 jaar)
  • - 58 jaar voor mannen & vrouwen (loopbaan van 25 jaar) 
  • - 56 jaar voor mannen en vrouwen (loopbaan van 33 jaar, waarvan minstens 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties)
  • - 55 jaar halftijds brugpensioen
  • 5 jaar anciënniteit in de sector
  • ten laste van het fonds: de helft van het verschil tussen het nettoreferentieloon (= laatste nettoloon) en de werkloosheidsuitkeringen

V. Ziekte

Voorwaarden:

  • in dienst zijn van een werkgever van de sector
  • wettelijke ziekte-uitkeringen genieten
  • bij deeltijdse herneming van het werk: prorata van de aanvullende ziektevergoeding

Na:

60 d.

82,01 euro

545 d.

106,78 euro

120 d.

82,01 euro

635 d.

106,78 euro

180 d.

106,78 euro

725 d.

106,78 euro

240 d.

106,78 euro

815 d.

106,78 euro

300 d.

106,78 euro

905 d.

106,78 euro

365 d.

106,78 euro

995 d.

106,78 euro

455 d.

106,78 euro

 

 

VI. Oude zieken

Voorwaarden:

  • in dienst zijn van een werkgever uit de sector 
  • min. 20 jaar anciënniteit, waarvan 5 jaar in de sector
  • wettelijke ziektevergoedingen genieten
  • bij deeltijdse herneming van het werk: prorata van de aanvullende ziektevergoeding
  • + 55 jaar oud zijn
  • bij deeltijdse herneming van het werk: prorata van de aanvullende ziektevergoeding
  • € 5,51 per volledige ziektevergoeding 
  • € 2,76 per halve vergoeding van volledige ziekte 
  • tot aan het wettelijk pensioen
  • wachtstage: 30 kalenderdagen

VII. Beperking van de arbeidsprestaties tot een halftijdse baan

Voorwaarden:

  • + 53 jaar
  • een RVA-uitkering genieten
  • € 68,25/maand
  • gedurende 60 maanden 

VIII. Bedrijfssluiting

Voorwaarden:

  • minstens 45 jaar oud zijn
  • 5 jaar anciënniteit in een bedrijf van de sector
  • € 273,01
  • + € 13,77 per jaar anciënniteit
  • maximaal € 900,48
  • wachtstage van 30 kalenderdagen

Vervoerskosten

Gebruik van het openbaar vervoer

Sinds 1 juli 2007 wordt het gebruik van het openbaar vervoer (trein-tram-bus) volledig terugbetaald door de werkgever. De arbeider moet zijn vervoerbewijs voorleggen of een verklaring op erewoord afleggen.

Verplaatsingen met een eigen voertuig of te voet

Deze patronale tussenkomst wordt jaarlijks op 1 februari aangepast. Wij verwijzen u naar de website van het MWB-ABVV voor toekomstige bijwerkingen. 

Tabel van de patronale tussenkomst in het woon-werktraject voor verplaatsingen met een eigen voertuig (01/02/11)

 

Afstand in km

Dagelijkse bijdrage
in EUR

Afstand in km

Dagelijkse bijdrage
in EUR

 

(5 d./week)

 

(5 d./week)

1

0,88

43 - 45

4,52

2

0,98

46 - 48

4,8

3

1,08

49 - 51

5,02

4

1,16

52 - 54

5,18

5

1,26

55 - 57

5,38

6

1,34

58 - 60

5,6

7

1,4

61 - 65

5,8

8

1,49

66 - 70

6,1

9

1,57

71 - 75

6,3

10

1,65

76 - 80

6,71

11

1,75

81 - 85

6,91

12

1,83

86 - 90

7,22

13

1,91

91 - 95

7,53

14

1,99

96 - 100

7,73

15

2,07

101 - 105

8,03

16

2,17

106 - 110

8,33

17

2,25

111 - 115

8,65

18

2,34

116 - 120

8,95

19

2,44

121 - 125

9,15

20

2,53

126 - 130

9,46

21

2,61

131 - 135

9,76

22

2,69

136 - 140

9,96

23

2,79

141 - 145

10,38

24

2,87

146 - 150

10,78

25

2,93

151 - 155

10,78

26

3,05

156 - 160

11,18

27

3,11

161 - 165

11,39

28

3,17

166 - 170

11,6

29

3,29

171 - 175

12

30

3,35

176 - 180

12,2

31 - 33

3,5

181 - 185

12,61

34 - 36

3,78

186 - 190

12,81

37 - 39

4,01

191 - 195

13,01

40 - 42

4,27

196 -200

13,43

Ook nog even eraan herinneren dat wanneer de arbeider zich verplaatst naar het werk met het eigen vervoermiddel en er wegwerkzaamheden plaatsvinden op het traject naar het werk, dan dient de werkgever deze extra verplaatsing te vergoeden, mits voldaan is aan volgende criteria:

  • de werkzaamheden moeten minimaal 4 weken duren;
  • de reisroute moet door de werkzaamheden minimaal 5 km langer zijn (heen en terug);
  • de arbeider moet een verklaring op eer afleggen.

Vakbondspremie

De vakbondspremie bedraagt € 110 voor actieve leden.

Installatie en werking van de vakbondsafvaardiging

Als er in het bedrijf een geschil is over de installatie en werking van de vakbondsafvaardiging, kunnen ofwel de werkgever, ofwel de arbeidersvertegenwoordigers een beroep doen op de paritaire commissie “overleg”, samengesteld uit technici van de sociale partners.

Deze commissie onderzoekt het probleem ter plaatse en formuleert een voorstel om beide partijen zo snel mogelijk tot een oplossing te brengen.

Statuut van de vakbondsafvaardiging

Tijdens dit nieuwe nationaal akkoord zullen de werkgeversorganisaties de werkgevers informeren over de mogelijke aanpassing van de procedure inzake de aanstelling van een vakbondsafvaardiging in bedrijven van minstens 50 werknemers. De CAO over het statuut van de vakbondsafvaardiging van 21 juni 2007 wordt aangepast aan de competenties van de vakbondsafgevaardigden, overeenkomstig de Europese richtlijn, en dit voor onbepaalde tijd.

Sectorale stuurgroep

Oprichting van een sectorale stuurgroep die de volgende thema’s zal behandelen:

  • de mogelijkheid van een hospitalisatieverzekering in de sector;
  • uitwerking van instrumenten voor de sector inzake antistress- en veiligheidsbeleid in de bedrijven;
  • opstellen van een studie om een overzicht te krijgen van de problematiek van de stand-by.

Gemengd Paritair Comité

De sociale partners gaan de verbintenis aan om tijdens de duur van het akkoord 2011-2012 de stappen te zetten die nodig zijn om een Gemengd Paritair Comité op te richten.