SECTOR KOETSWERK (PSC 149.02) – 10 februari 2026
Toepassingsgebied
Dit ontwerp van sectoraal akkoord 2025-2026 is van toepassing op de werkgevers en de arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Sub-comité voor koetswerk.
Dit akkoord moet volledig in overeenstemming zijn met het KB van 22 september 2025 dat de maximale marge voor de loonkostontwikkeling bepaalt voor de periode 2025-2026.
Het akkoord zal uitwerking hebben met ingang van 1/01/2026 en houdt op van kracht te zijn op 30/06/2027, tenzij anders bepaald.
Fonds voor Bestaanszekerheid
- Alle aanvullende vergoedingen worden geïndexeerd met 6,87 % op 1/02/2026
- Tussenkomst kinderopvang verlengen vanaf 1/01/2026 tot 31/12/2027. Het bedrag van de tussenkomst bedraagt jaarlijks € 428 – € 4/dag – per kind per jaar
- Verlengen van alle bepalingen van bepaalde duur
- Verlenging CAO 19/12/2025 outplacement tot 30/06/2027
- Invoeren van een nieuwe aanvullende vergoeding: de zwangerschapspremie van € 300 voor elk kind van een arbeidster tewerkgesteld in het psc 149.02 na vertoon van medisch attest en dit voor de periode van 1/01/2026 tot 31/12/2027. Evaluatie na de periode van 2 jaar.
- Werkgroep e-gov 3 organiseren
Sectoraal aanvullend pensioen
Solidariteitstoezegging voor de periodes van moederschapsrust en profylactisch verlof
Mobiliteit
Met ingang van 1/07/2026 bedraagt de fietsvergoeding € 0,32/km voor maximaal 40 kilometer per arbeidsdag (heen en terug). Boven de 40 kilometer per arbeidsdag blijft de tussenkomst privé vervoer van toepassing
Functieclassificatie
Actualisatie functieclassificatie – tijdens een startvergadering vastleggen van de data voor bedrijfsbezoeken
Vorming
- Individueel recht op opleiding herbevestigen
- Verplichting van HEV 1 - Herformulering HEV 1 in cao vorming (art 19):
Om de veiligheid van de werknemers te waarborgen en risico’s te vermijden, organiseren de ondernemingen zich opdat hun arbeiders houder zijn van een geldig sectoraal certificaat "veiligheid" HEV en/of H2, uitgeschreven door en op basis van een lastenboek van EDUCAM zodra de werknemer aan dergelijk voertuig activiteiten verricht. Het niveau van dit behaalde certificaat komt minimaal overeen met de activiteiten die de arbeider in het bedrijf verricht aan hybride voertuigen (HEV/PHEV) of elektrische voertuigen (BEV) of voertuigen met een waterstofaandrijving (FCEV/HICEV) zoals opgenomen in de sectorale normen ter zake.
De werkgevers verzekeren dat elke arbeider die in het kader van zijn takenpakket technische werkzaamheden uitvoert aan een HEV/PEH, BEV of FCEV/HICEV minimaal beschikt over het sectoraal certificaat “veiligheid” niveau 1
Deze sectorale certificering laat de werkgever toe de vormingsverplichtingen in de uitvoering van een dynamisch risicobeheer toe te passen zoals opgenomen in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn op het werk en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten.
- Educam werkt een kader uit voor efficiënte opleidings- en certificeringsmodule HEV
- Verlenging CAO scholingsbeding: geen scholingsbeding voor opleidingen Educam of gefinancierd door Fonds (art. 21 – cao vorming en opleiding 19/12/2025)
- Vormingskrediet indexeren met 6,87%: vormingskrediet gaat van € 45 naar € 48. Educam evalueert de besteding van deze middelen op 30/04/2027.
- Verlengen van alle bepalingen van bepaalde duur
Werkbaar werk en instroom
- De eerste dag loopbaanverlof, toegekend vanaf het jaar waarin de arbeider de leeftijd van 55 jaar bereikt, is wel degelijk cumuleerbaar met anciënniteitsverlof.
- Verlenging CAO dwingende redenen
- Verlenging van de bestaande cao werkbaar werk en instroom tot 30/06/2027, behalve art. 5, 2de lid, verlengd tot 31/12/2027 en art. 9 tot 31/12/2027. Alle andere bepalingen treden buiten werking op 30/06/2027.
- Re-integratie
Afwezigheid door langdurige ziekte heeft een hoge impact voor de werkgever, voor de sociale zekerheid en voor de maatschappij, maar zeker ook voor de arbeidsongeschikte arbeider zelf. Hoe langer iemand arbeidsongeschikt is, hoe hoger de drempel veelal wordt m opnieuw duurzaam aan de slag te gaan. Re-integratie bij de werkgever, of het faciliteren van de werkhervatting van arbeiders na een (langdurige) herstelperiode bij ziekte of ongeval, of die een specifieke gezondheidsproblematiek hebben, is dan ook van het grootste belang. ln dit kader wensen de sociale partners het reglementair kader extra in het voetlicht te plaatsen door de werkgevers en arbeiders in de sector via het Sociaal Fonds PSC 149.02 good practices, instrumenten, etc. aan te reiken alsook een brede campagne rond de problematiek te organiseren. De raad van beheer van het Sociaal Fonds PSC 149.02 zal zich over de concrete invulling buigen. De responsabiliseringsbijdrage voor 2023, 2024 en 2025 zal als (begin van) financiering kunnen dienen; een collectieve arbeidsovereenkomst zal daartoe worden afgesloten. De sociale partners richten zich ook tot Educam om de problematiek in haar opleidingsaanbod Afdoende aan bod te laten komen.
Klein Verlet
In twee specifieke en strikt afgelijnde situaties van klein verlet (rouwverlof) worden 2 sectorale dagen toegevoegd, vanaf 1 januari 2026, aan de duur van de afwezigheid zoals voorzien in het Koninklijk Besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van werknemers voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of burgerlijke opdrachten, waarop de arbeider recht heeft om met behoud van zijn normaal loon afwezig te blijven van het werk.
- Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner of van een kind van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner 12 dagen
- 3 dagen te kiezen door de arbeider tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis;
- 9 dagen Van beide perioden waarin deze dagen moeten worden opgenomen, kan worden afgeweken op vraag van de arbeider, mits akkoord van de werkgever.
- Overlijden van de vader of moeder van de arbeider of van zijn echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner 5 dagen
- 3 dagen te kiezen door de arbeider tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis;
- 2 dagen te kiezen door de arbeider binnen het jaar dat volgt op de dag van het overlijden.
Van de periode waarin deze dagen moeten worden opgenomen, kan worden afgeweken op vraag van de arbeider, mits akkoord van de werkgever.
Tijdskrediet & landingsbanen
De sociale partners tekenen op sectoraal vlak in op de NAR-kadercao nr. 179 inzake landingsbanen: de leeftijd wordt op 55 jaar gebracht voor de periode van 1/01/2026 tot 31/12/2027 voor arbeiders die hun arbeidsprestaties verminderen met 1/5e of met 1/2e in het kader van een landingsbaan na 35 jaar loopbaan of in een zwaar beroep
Medisch SWT
De sociale partners tekenen op sectoraal vlak in op de NAR-kadercao nr. 177 inzake medisch SWT voor de periode van 1/01/2026 tot 31/12/2027
Flexibiliteit
Omkadering flexijobs: Arbeiders onder het statuut ‘flexijob’ die in het bedrijf technische activiteiten verrichten aan hybride voertuigen (HEV/PHEV) of elektrische voertuigen (BEV) of voertuigen met een waterstofaandrijving (FCEV/HICEV) zoals opgenomen in de sectorale normen ter zake, dienen te beschikken over het sectoraal certificaat ‘veiligheid’ toepasselijk voor de uitgevoerde activiteiten.
Uitdagingen
- Artificiële intelligentie
lnleiding
De sociale partners onderstrepen dat digitalisering en artificiële intelligentie (Al) nieuwe perspectieven openen voor de manier waarop we werken en samenwerken. Deze evoluties versterken het potentieel van ondernemingen en werknemers om te groeien en zich te ontwikkelen, onder meer door meer ruimte te creëren voor productiviteit, innovatie, efficiëntie en kwaliteitsvol werk.
Tegelijkertijd brengen deze veranderingen uitdagingen met zich mee, onder meer op het vlak van vaardigheden, werkorganisatie, welzijn en vertrouwen. Al zal onvermijdelijk een invloed hebben op functies, taken en werkprocessen, en kan leiden tot verschuivingen in de organisatie van werk.
Hoewel Al veel potentieel biedt, wordt deze technologie binnen veel Belgische ondernemingen nog niet volledig benut. Deze aanbeveling wil bijdragen aan een groter bewustzijn en een verantwoorde en mensgerichte ondersteuning van het gebruik van Al, zodat organisaties en werknemers de voordelen verder kunnen benutten.
De sociale partners raden de ondernemingen en hun werknemers aan om voor een mensgerichte en duurzame invulling van digitalisering en Al in te zetten op kennisvergaring, opleiding, overleg, transparantie, welzijn, en vertrouwen.
Opleiding en ontwikkeling
De wil om kennis te vergaren en zichzelf te ontwikkelen zijn centrale hefbomen voor een succesvolle en mensgerichte digitale transitie. Door digitalisering te benaderen ais een gezamenlijk leerproces, kunnen werkgevers en arbeiders samen zorgen voor een mensgerichte, veerkrachtige en competitieve sector.
Het is essentieel am op aile niveaus binnen de onderneming blijvend te investeren in het verwerven van kennis en in het benutten van leerkansen. Zowel technische vaardigheden (digitale tools, Al-gebruik) ais sociale vaardigheden (samenwerking, communicatie, ethiek) zijn essentieel.
Binnen organisaties kunnen arbeiders met een sterke interesse en expertise in Al een bijzondere roi opnemen ais aandrijvers of ambassadeurs van innovatie. Zij kunnen collega's inspireren, ondersteunen en goede praktijken delen. Deze expertise kan op aile niveaus binnen de onderneming aanwezig zijn en verdient erkenning en ondersteuning.
Een positieve en waarderende benadering van Al gebruik, waarbij werknemers erkenning krijgen voor hun inzet voor verantwoorde innovatie en productiviteitsverbetering, versterkt vertrouwen
en betrokkenheid. Door werknemers actief te betrekken bij het gebruik van technologie en hen te ondersteunen in nieuwe werkvormen, groeit de motivatie om mee te werken aan de digitale transitie, ook wanneer taken of functies veranderen.
Ecucam zal ondernemingen verder ondersteunen door middel van het aanbieden van opleidingen voor arbeiders omtrent Al, en ondernemingen kunnen hiervoor beroep doen op hun aanbod. Educam zal ondernemingen ook aanmoedigen om in te zetten op bedrijfsspecifieke toepassingen en hen hierin ondersteunen, o.a. via het premiestelsel.
Dialoog en transparantie
De sociale partners raden aan om bij nieuwe Al systemen die belangrijke collectieve gevolgen hebben voor werkgelegenheid, werkorganisatie of arbeidsvoorwaarden, deze op te nemen in de sociale dialoog binnen de onderneming, in lijn met de wettelijke verplichtingen (Al Act, CAO nr. 39, CAO nr. 81, GDPR-wetgeving, e.a.).
Al-toepassingen worden het best geïntegreerd in bestaande bedrijfsprocessen, in plaats van als geïsoleerde of moeilijk controleerbare projecten te functioneren. Een dergelijke geïntegreerde aanpak bevordert transparantie, zorgt ervoor dat technologische innovaties aansluiten bij de waarden en noden van de organisatie en haar arbeiders, en versterkt het begrip en het vertrouwen van werknemers.
Duidelijke en toegankelijke communicatie over het gebruik en de impact van Al helpt arbeiders te begrijpen hoe en waarom deze technologie wordt toegepast, wat het verantwoord en effectief gebruik ondersteunt.
Mens en technologie in balans
Al kan taken verlichten en processen ondersteunen, maar menselijke betrokkenheid blijft belangrijk, zeker bij gevoelige beslissingen.
Een goede balans tussen technologie en menselijke ervaring versterkt de kwaliteit van beslissingen en de concurrentiekracht van de onderneming.
Door Al op een geïntegreerde manier in werkprocessen op te nemen, en niet ais afzonderlijke projecten, wordt de samenhang en continuïteit in de organisatie en tussen teams versterkt.
Regelmatige ontwikkeling en vorming helpt arbeiders om technologische veranderingen te begrijpen en zich comfortabel te voelen bij nieuwe werkvormen.
Welzijn en werkbaarheid
Al kan bijdragen aan efficiënter werk, maar het is wenselijk oog te hebben voor de impact op werk en welzijn.
Opleidingen rond digitale geletterdheid, veerkracht en gezond omgaan met technologie kunnen het welzijn ondersteunen.
Door ervaringen uit te wisselen, kunnen organisaties een werkbare balans vinden die zowel productiviteit ais werkbaarheid bevordert.
Vertrouwen en gegevens
Het zorgvuldig omgaan met gegevens naar privacy versterkt het vertrouwen in Al-toepassingen. Heldere afspraken binnen de organisaties kunnen helpen om misverstanden te vermijden.
Heldere afspraken en bewustmakingssessies over datavergaring, -beheer en -veiligheid vergroten het draagvlak en de betrokkenheid van werknemers.
- Aansprakelijkheid: Aanbeveling om de volgende passage op te nemen in de algemene voorwaarden van de overeenkomsten van werkgevers met medecontractanten (klanten, leveranciers, …). Een vergelijkbare clausule kan ook opgenomen worden in het arbeidsreglement.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder hulppersoon verstaan: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die door de schuldenaar van een contractuele verplichting wordt belast met de volledige of gedeeltelijke uitvoering van deze verbintenis, en dit in de volledige contractketen.
De partijen sluiten elke buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering ten aanzien van elkaar en van elkaars hulppersonen uit voor schade veroorzaakt door het niet-nakomen van een contractuele verbintenis.
Dit artikel doet geen afbreuk aan wettelijke bepalingen van openbare orde of dwingend recht, zoals de toepassing van artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet, de artikelen 2.56–2.58 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of artikel 6.3, §1, laatste zin van het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
De uitsluiting geldt evenmin voor inbreuken die niet uitsluitend verband houden met de uitvoering van het contract en waarbij de schade geen verband houdt met het niet-nakomen van contractuele verplichtingen.
De hulppersonen zijn derden-begunstigden van deze clausule en kunnen zich er bijgevolg op beroepen.
- Engagementsverklaring niet herinvoering loondegressiviteit voor jongeren, met uitzondering van jobstudenten, cfr. bestaande wetgeving
Technische punte
Verlenging Vlaamse aanmoedigingspremies
Sociale vrede
De in het PSC 149.02 vertegenwoordigde vakorganisaties verbinden zich ertoe om tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst, geen bijkomende eisen te stellen op het niveau van het paritair comité en van de ondernemingen in verband met de materies die in deze overeenkomst zijn vervat.